Skip directly to content

Bruggenbouwer uit Afrika

Lunchinterview met: 
Marc Degreef

Marc draagt een rijk koloniaal verleden met zich mee. Geboren in Belgisch-Kongo als de zoon van een aannemer was hij in de wieg gelegd om in Afrika te blijven. Toch koos hij om naar België terug te keren, waar hij zijn levenservaring gebruikt om als coach mensen en bedrijven hun volle potentiële kwaliteiten te leren benutten.

WERK

Geboren in Afrika. Er zijn niet veel Belgen die dat kunnen zeggen.

Toch wel hoor. Er was in die tijd een grote Belgische gemeenschap in Kongo. Tot in 1960, toen we door de para's geëvacueerd moesten worden. Het was zeer bevreemdend voor mij om in België aan te komen. Je moet je dat voorstellen: Ik had in Afrika alle ruimte, ging naar school in een sfeer van vrijheid met allemaal internationale klasgenootjes. En dan kom je terecht in een dorpsschool in België waar ze met 6 leerjaren samen opeengepakt zaten achter kleine venstertjes met tralies ervoor. Als 9 jarige wist ik dan ook niet hoe me hier te gedragen in België. Ik was dan ook blij dat we naar Afrika konden terugkeren.

Maar uiteindelijk ben je niet in Afrika gebleven?

Ik had al heel vroeg beslist dat ik voordat ik veertig werd definitief uit Afrika zou vertrekken. Ik had daar 3 redenen voor: Ten eerste vind ik dat je Afrika aan de Afrikanen moet laten. Ten tweede wilde ik jong genoeg terugkeren, zodat ik mijn eigen kinderen nog zou kunnen begeleiden bij hun integratie in de Belgische maatschappij en op tijd een een nieuwe carrière te kunnen opbouwen. En zo is het dan ook verlopen.

In Afrika was je actief als bouwkundig ingenieur. Wat hield je werk daar in?

Ik werkte eerst voor mijn vader die aannemer was en dan voor een Duitse organisatie voor ontwikkelingshulp die ginds bruggen ging bouwen. Onze eerste opdracht was dan ook om te onderzoeken welke bouwmaterialen ter plaatse ter beschikking waren. Daarna moesten we een ontwerp maken voor een typebrug. Dat was niet zo eenvoudig, want bijvoorbeeld voor paalfunderingen moest je zorgen dat ze zelfs met de meest simpele hei de palen in grond geheid konden worden. Toen het systeem op punt stond hebben we dan een productiehal gebouwd en de Rwandezen opgeleid. Uiteindelijk is de organisatie, toen uitgegroeid tot 550 mensen, geïntegreerd in het Rwandese ministerie van Openbare Werken.

Toch heb je je ingenieurscarrière niet verder gezet en ben je meer de menselijke kant gaan opzoeken.

Het was voor mijn vader een grote ontgoocheling dat ik hem niet wilde opvolgen in het bouwbedrijf, maar mijn besluit stond vast: Ik zou naar België terugkeren. En het is bij mijn laatste project dat ik een ommekeer gemaakt heb in mijn leven. Bij de bouw van de nieuwe vestiging van Ikea in Zaventem was ik co-projectmanager. Ik zag hoe mijn collega omging met aannemers en met onze mensen en ik werd er gewoon ziek van. Ik besefte toen dat we mensen menselijk moeten behandelen. In mijn leven heb ik 3 keer iemand voor mijn neus zien vermoorden en dergelijke ervaringen doen iets met je als mens. Ik wist dat ik mijn roeping gevonden had: ondernemen weer menselijk maken.

Hoe ben je dan als personal coach begonnen?

Ik heb zelf ook een periode in mijn leven gekend dat ik door een diep dal gegaan ben, zowel persoonlijk als relationeel. Ik heb toen diverse technieken leren kennen, waaronder NLP, waardoor ik met mezelf in het reine ben kunnen komen. Die vaardigheden en kennis heb ik verder uitgebouwd zodat ik samen met mijn levenservaringen anderen kan helpen om tot zelfontplooiing te komen.

Voor wie is dat nuttig, personal coaching?

Voor iedereen die voelt dat hij of zij vastzit. Het belangrijkste is dat mensen willen veranderen. Vaak komt die wil tot verandering pas wanneer ze heel diep zitten, in een crisis. Het is dan aan mij om hun vertrouwen te winnen. Net dat is het moeilijke punt. Het is, uitzonderlijk, al gebeurd dat mensen zich niet durven openstellen en dat ik na 3 sessies moest zeggen dat we er op die manier niet verder mee konden gaan. Maar die keren dat het wel lukt en je bijvoorbeeld iemand die in een depressie zat zover krijgt dat hij 6 maanden later een onderneming opstart, daar doe je het dan voor.

 

INTERNET

Ik beschouw je als iemand van “de oudere generatie”. En bovendien zit je niet in internet business, dus ik neem aan dat je de laatste evoluties op internet vlak niet meteen volgt?

Ik denk niet dat ik achterloop, hoor. In Rwanda heb ik als één van de eersten een PC gekocht op eigen kosten. Ik gebruikte die dan om rapporten te maken en zo. Wat internet betreft heb ik geleerd om af te wachten. Ik monitor de nieuwe technologieën een tijdje en als het nuttig is dan stap ik in. Zo vind ik het geweldig dat ik met Skype in contact sta met mijn zoon in Australië. Maar mensen die zich in een alsmaar groeiende stroom van informatie gooien, die begrijp ik niet goed. Ik heb zelf eens geprobeerd om dingen zoals Twitter te volgen, maar je verdrinkt daar gewoon in. Ook internet op de GSM heb ik nog niet, maar dat zal er ook ooit wel eens van komen. Al vind ik het nu al bizar dat mensen het normaal vinden dat je een gesprek mag onderbreken voor een telefoon die rinkelt. Als ik met iemand in gesprek ben, dan zet ik mijn telefoon steevast uit. Internet kan zeker nuttig ingezet worden, maar het is die hectische always-on cultuur waar ik een probleem mee heb.

ECONOMIE

Je bent met vele nationaliteiten samengewerkt. Hoe bekijk je Belgen in vergelijking met andere nationaliteiten?

Ik moet zeggen dat ik het moeilijk vind om met Vlamingen samen te werken. Maar ik weet waaraan het ligt: het ligt aan mezelf, ik ben veel te direct. Een Vlaming is dat niet gewend, daar moet je eerst het vertrouwen bij winnen. Mijn theorie is dat dit terug te voeren is op 400 jaar lange overheersingen, te beginnen met de Spaanse inquisitie, toen de intelligentia in Vlaanderen naar het noorden vluchtte. En wat gebeurt er als je onderdrukt wordt? Je zegt “ja”, maar je doet “nee”. Waarschijnlijk is het daarom dat wij zulke lange zakendiners nodig hebben, om langzaam elkaars vertrouwen te winnen.

Als we elkaar niet vertrouwen, heeft dat dan ook een invloed op hoe we onze ondernemingen structureren?

Niet alleen onze ondernemingen, onze ganse maatschappij lijdt hieronder. Het kader waarin wij ons als individu mogen bewegen wordt steeds enger. Er komen steeds meer regeltjes bij. Mensen voelen zich daarin gevangen en gaan stress ontwikkelen. Binnen bedrijven betekent dit dat ze niet meer goed kunnen functioneren.

Daarom pleit je voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Met het initiatief “Stad van Morgen” in Nederland willen we een alternatief aanbieden, een menselijker ondernemingsmodel. In ons ''4x winst'' model kijken we niet enkel naar de winst van de onderneming. We zorgen ook voor winst voor de klant, voor het milieu en voor de maatschappij. Dit laatste gaat over meer dan enkel de werknemers. Het kan ook gaan over bijvoorbeeld een cultureel engagement. Het paradoxale is nu dat, door bedrijfswinst niet meer als enige doel voor ogen te hebben, die winst net zal gaan stijgen. Een mooi voorbeeld is Colruyt. Ze zijn sociaal geëngageerd, houden rekening met het milieu en je ziet dat de medewerkers er met plezier werken. Uiteindelijk trekt dat meer klanten aan.

Elk bedrijf moet zich vandaag een stukje ecologisch opstellen, dat is in de mode.

Je moet opletten dat het geen marketingtrucje wordt. Binnen grote bedrijven wil het management vaak wel, maar zij hebben ook aandeelhouders die de boodschap soms niet begrijpen. Daarom werk ik liever met KMO's met een familiale structuur. Ik geloof dat als je die bedrijven op de juiste weg helpt, dat er ook wel een paar groot zullen worden. En omdat ze intrinsiek met de juiste waarden gestart zijn, blijft dat ook een deel van de bedrijfscultuur. Google is daar nog steeds het beste voorbeeld van.

Kunnen onze KMO's nog wel concurreren in een geglobaliseerde wereld?

De globalisering zoals we die vandaag kennen is een illusie. Moest je de ecologische kostprijs van de producten die uit China komen mee in rekening brengen, dan zouden ze peperduur zijn.

In 1850 is de eerste olie ontdekt en sindsdien loopt onze vooruitgang gelijk met het oppompen van olie. Maar binnenkort is er geen olie meer en dan zal de economie een terugval kennen. Stel dat het transport om een of andere reden plots stilvalt. De winkelrekken zullen leeg blijven en de producten vanuit China zullen niet meer aangevoerd worden. Pas dan zullen we beseffen hoe zwak we door de de-localisatie geworden zijn.

Moeten we dan hoge Europese invoertaksen gaan heffen op producten uit het oosten?

Invoertaksen zijn weer maar eens extra regeltjes, dat is geen oplossing. De oplossing is bij onszelf te zoeken. Ik pleit ervoor om terug lokaal te gaan produceren. Het is een verhaal wat weinig bekend is, maar Engeland heeft dit in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog goed aangepakt: Ze hebben massaal de mensen vanuit te steden terug naar het platteland gestuurd om daar de akkers te gaan verbouwen. Zo konden ze in hun eigen behoeften voorzien en is Engeland de oorlog doorgekomen.

Lokaal gaan produceren is ook zorgen voor een groenere economie.

De groene economie is een tussenstap die zo snel mogelijk moet verdwijnen. Het is een economie die enkel kan bestaan dankzij subsidies of hogere prijzen. Zonnepanelen zijn niet echt efficiënt en niemand zou ze installeren moest er geen subsidie zijn. Producten van de groene zijn duurder dan gewone producten en worden enkel gekocht omdat het nu “in” is om groen te zijn.

Ik geloof eerder in de Blauwe Economie zoals beschreven door de Belg Gunter Pauli. We moeten naar de natuur kijken en hieruit leren. Het bekendste voorbeeld is de uitvinding van Velcro. Op een dag ging een Zwitserse ingenieur in de natuur wandelen. Bij zijn terugkomst stelde hij vast dat zijn kleding vol hing met zaden van klisplanten. Hij onderzocht waarom die zaken zo sterk kleefden en kwam zo op het idee om hetzelfde mechanisme als sluiting te gebruiken. Velcro is een nabootsing van de kleefkracht van de klisplant. Er is trouwens een ganse wetenschap, de biomimicry, die op die manier zoekt om mechanismen uit de natuur in menselijke producten toe te passen.

 

ETEN

In het koloniale Afrika heb je vast en zeker wel bijzondere dingen te eten gekregen?

Wanneer mijn vader vroeger een antilope schoot en het dier dan naar de arbeiders bracht, dan waren ze wild enthousiast. Maar wat me vooral opviel is dat ze als eerste de ingewanden opaten omdat ze die het lekkerst vonden. Zo heb ik lever, maag en nieren leren eten. Maar ik heb daar vooral veel culturen leren kennen en appreciëren. Zo gingen wij nog graag bij vrienden uit Indië en Pakistan eten.

In Afrika heb ik ook zeer grote contrasten gekend. Zo was ik eens uitgenodigd op de Chinese ambassade in Kigali voor een diner in onvoorstelbare luxe, je kan je niet inbeelden wat daar allemaal te eten was. Maar het stond in schril contrast met wat we daarna in de kampen van de Chinezen te eten kregen. Nu moet je weten dat de Chinezen geen werkgelegenheid voor de lokale bevolking voorzien, maar hun eigen arbeiders meebrengen. In het kamp waar we gingen eten zaten we dus tussen wel 2000 Chinese arbeiders . Het voedsel daar was zeer simpel en toch lekker, maar voor ons tegelijk ook helemaal anders dan de lekkernijen die we op de ambassade kregen.

Ik neem aan dat je dan ook een restaurant ergens in Kongo kan aanbevelen?

Om te proeven wat de Kongolezen zelf eten moet je helemaal niet naar Afrika. In de Brusselse Matongéwijk vind je een zeer grote Kongolese gemeenschap. In eender welk restaurant daar kan je vragen naar “moambe”. Dat is een klassiek gerecht uit Kongo met kip, palmoliepulp en maniokbladeren.

 

Marc en ik aten in Pezo in Lier. Een degelijke taverne met democratische prijzen. We kozen voor een veganistisch wokgerecht klaargemaakt met Tzay, een product gemaakt door Boedhisten uit Thailand, zonder look of ui. Absoluut een aanrader.

Maar bij het afscheid gaf Marc me ook nog een stukje advies mee:

Ga op zoek naar je innerlijke drijfveer. De vorm van hoe je gaat werken of de industrie waarin je werkt zijn daarbij van ondergeschikt belang. Er zijn mensen die graag ondernemen. Anderen kunnen zich uitleven in kunst, of juist in het brengen van structuur. Er zijn er die willen zorgen voor mensen. Zoek uit wat je innerlijke drijfveer is en je zal iets vinden wat je graag doet.

Commentaren

Luc Galoppin's picture

Betreffende die innerlijke drijfveren raad ik aan om eens te surfen naar wat Edgar Schein zegt over "Career Anchors". Dit sluit aan bij wat Marc zegt. Er zijn tal van vragenlijsten die je naar jouw career anchor kunnen leiden.
Althans voor veel mensen, want voor mij is het resultaat flou net zoals de niet significante score die ik behaal op alle dimensies van MBTI. Zoals Urbanus zegt: "nul, nul, nul, nog nuller, nulst"
Groet & keep up the good work

Nieuwe commentaar posten (OPGELET: verschijnt pas na goedkeuring)