Skip directly to content

”Ik geloof niet in koekoeksideeën”

Lunchinterview met: 
Guillaume Van der Stighelen

Guillaume is niet alleen een gerenomeerd reclamemaker, maar ook ondernemer. Hij vindt het zijn plicht om België uit de economische malaise te helpen. Met de bestseller "Maak van je merk een held" heeft hij ons alvast met een knaller wakker geschud.

Vrijdagmiddag op het zonnige terrasje van Lojola. Ik zit buiten in de zeteltjes de blogpost te lezen die Guillaume binnen van achter zijn tafeltje geschreven heeft. Pas toen hij Twitterde "et alors?'' had ik door dat hij 2 meter verder al een uur op mij zat te wachten. Wie zei er weer dat technologie de mensen dichter bij elkaar brengt? Het werd dus een turbo-lunch, waarbij Guillaume ook nog eens mijn vragensalvo moest doorstaan.You can't win 'em all, son

WERK

In je boek "Maak van je merk een held" gebruik je de held als metafoor om uit te leggen welke mechanismes een merk doen ontstaan.

Ik gebruik de held niet als metafoor. Er is werkelijk een parallel tussen helden en merken. De belangrijkste parallel is dat helden en merken ontstaan vanuit de behoefte van mensen. Het is dus geen product van marketing, geen resultaat van reclame. Je kan geen held creëren. Het gaat niet over een verhaal dat je zelf vertelt, maar over het verhaal dat je aan de mensen geeft om onder elkaar door te vertellen.

Zoals je het voorstelt is marketing heel eenvoudig: een goed verhaal. Toch zijn marketingplannen vaak zeer complex.

De werkelijkheid is ook complex. Een marketing directeur heeft zowel intern als extern een hoop factoren waar hij rekening mee moet houden. Daarbij komt nog dat het een vak is waar iedereen van denkt dat hij het zelf beter kan. Een klant van mij, Michel Bouteille, verwoordde het ooit treffend: "Iedereen heeft 2 beroepen: het zijne en reclame".

Maar het is een algemene misvatting dat een complex probleem een complexe oplossing nodig heeft. Ideeën zijn pas sterk als ze van een ontwapenende eenvoud zijn. Je ontsnapt aan de complexiteit van de realiteit door de kracht van de verbeelding. Een mooi voorbeeld zijn de lopende regeringsonderhandelingen. Ik heb bewondering voor iemand als Marc Eyskens die een totaal nieuw idee voorstelt om de zaken eenvoudig op te lossen en ik ben verwonderd dat de politiek daar dan niks mee doet.

Misschien gooien we beter de bestaande marketingtools over boord?

Neen, in tegendeel. De benadering van het merk als held is volledig complementair met de gangbare marketingtools. Als je marketing vergelijkt met een ijsberg, dan gaat mijn boek over het topje van de ijsberg wat bovendrijft. Wat boven de oppervlakte komt is belangrijk om over de oceaan te navigeren, maar de onderbouw moet er ook zijn.

Wat ik wil doen is zorgen dat als mensen de inspanning leveren om reclame te voeren dat ze daar dan ook de vruchten van plukken. Veel reclame valt niet op en verdrinkt in het niets. De methodes in mijn boek zorgen ervoor dat je herkend wordt.

Je boek zit ondertussen aan de 7e druk. Zijn er dan zoveel marketing directeurs in België?

Het zijn niet alleen marketing directeurs die mijn boek kopen. Het wordt ook veel gekocht door mensen die in een kleiner bedrijf werken. Die bedrijven kunnen zich meestal geen extern bureau veroorloven. Dus moeten ze zelf hun plan zien te trekken. Met mijn boek krijgen ze hier eenvoudige tools voor zonder dat ze een bureau nodig hebben.

Het is trouwens gevaarlijk als kleine bedrijven gaan opkijken naar groten als een Procter&Gamble en zich hieraan spiegelen. Ze gaan dan dezelfde complexiteit in hun campagnes overnemen terwijl een klein bedrijf dat voor niks nodig heeft.

Het lijkt erop dat je als stichter nog steeds sterk in de projectwerking met klanten betrokken bent. Is dat belangrijker dan het bedrijf te leiden?

Toen ik met André het bedrijf opgericht heb, waren de eerste mensen die we aanworven managers. We vonden het zakelijk interessant om onszelf vanaf het begin in een ondersteunende rol te zetten. Andere mensen staan in de frontlinie en die kunnen op onze ervaring en kennis een beroep doen.

Het plezierige hieraan is dat je zelf je eigen bazen kan kiezen. Katrien Bottez, Peter Ampe, Geoffrey Hantson, Jeroen De Wit: het zijn geen gemakkelijke bazen en ze zijn zelden enthousiast als ik met een idee kom, maar het zijn wel de liefste bazen die ik ken.

Wat is dan precies jouw rol binnen Duval-Guillaume?

Het imago van een bureau wordt bepaald door welk werk je uitbrengt. Dat werk hangt af van wat een klant wil publiceren. Als je dus een goed imago wil moet je de sterkste klanten van het land hebben die de slimste vragen stellen. Ik heb geleerd dat succes in zaken afhankelijk is van de kwaliteit van je producten en de kwaliteit van je klanten.

De reclamewereld doet alles om een klant binnen te halen. Dan moet je ook niet klagen dat die klant competities gaat organiseren. Een aantal bureau's gingen vorig jaar zelf in “virtuele staking” omdat ze niet meer wilden pitchen. Duval Guillaume doet hier niet aan mee. Er is bij ons een zekere barriere om klant te worden. De klant moet de juiste ambitie hebben en wij moeten die kunnen invullen. Ik zie het als mijn rol om dit te bewaken door te zorgen dat de juiste mensen de juiste vragen stellen. Zo voorkomen we dat er opdrachten aangenomen worden die achteraf toch maar tot frustraties zouden leiden.

Niet alle klanten willen zo werken, maar daarom zitten ook niet alle klanten bij Duval Guillaume.

Je dochter is nu ook ondernemer, ze is hier in Antwerpen onlangs haar eigen koffiehuis begonnen. Ben jij voor haar een goede adviseur en is zij een goede klant?

Ze heeft me gevraagd om de slogan voor Lojola te bedenken. Ik moet zeggen dat dit toch wel de moeilijkste opdracht is die ik ooit gedaan heb. Ik heb er misschien wel 150 geschreven en ik wilde dan ook niet opgeven. Maar net als bij een andere klant ben ik met haar blijven praten om te begrijpen wat ze zocht. Op een zeker moment zag ze het bierviltje waarop ik “Blij zijn is gezond” geschreven had. Ze had onmiddellijk iets van: ja, dat is het! Het is juist die spontane reactie waar ik ook bij klanten naar op zoek ga. Als een voorstel beredeneerd en gewikt en gewogen wordt dan zal het nooit zo goed zijn dan het voorstel waar je klant spontaan iets voor voelt.

Toen ze met het idee kwam om zelf taarten te gaan bakken moet ik eerlijk zeggen dat ik dat geen goed idee vond. Maar als adviseur mag je nooit vergeten dat jij niet de ondernemer bent. Als echte ondernemer heeft ze toch doorgezet en net die zelfgebakken taarten zorgen nu voor het succes van haar zaak. Dat is mooi hé.

Je vindt het dan niet zo erg als jouw mening niet gevolgd wordt?

Ik heb altijd graag gewerkt met mensen die wel iedereen horen, maar naar niemand luisteren. Je kan een bureau tot 1 man herleiden en alle functies in die ene persoon steken. Maar je krijgt dan ook maar 1 soort reclame. Maar als je met een paar honderd bent, dan moeten die hun eigen ideeën kunnen volgen. Mensen die in opdracht werken hebben snel de neiging om hun eigen idee te laten varen zodat ze er niet meer voor moeten vechten. Uiteindelijk zoeken we net die originele ideeën. Bij Duval Guillaume hebben we geen bazen, maar Socratiaanse vroedvrouwen. Die helpen mensen met de bevalling van hun eigen idee.

Ik geloof niet in koekoeksideeën: ideeën die door iemand bedacht worden maar door een ander uitgebroed. Als je een idee hebt dan moet je dat zelf uitbroeden. Ook een klant die zijn eigen idee door een bureau laat uitwerken, dat lukt gewoon niet.

Wat vind je een mooie case uit de recente reclamegeschiedenis?

Een mooi verhaal vind ik wat Moortgat met Vedett gedaan heeft. Volgens mij gaat die case over 10 jaar in de boeken beschreven worden en gaat men dat post-rationaliseren. Terwijl het succes gewoon te danken is aan hoe Michel Moortgat met een spontaan idee van mensen rondom hem omgegaan is. Mensen vonden het merk sympathiek en daar heeft hij op ingespeeld. (nvdr. fans van het merk mogen hun foto insturen en Vedett drukt die dan op de etiketten van de flesjes.) Michel is er trouwens fier op dat hij geen reclamebureau nodig gehad heeft. Ik vind dat prima. Liever een goed idee zonder bureau dan een belachelijk idee met bureau.

ECONOMIE

Je zat in de jury van "De Bedenkers". Zijn het dergelijke programma's die onze economie gaan redden?

Nee, moest het zo een succes zijn dan zou het programma nu nog wel bestaan, zeker.

Het probleem wat we in België zien is dat we zoveel rijkdom hebben dat onze angst om iets te verliezen groter wordt dan onze passie om iets te ondernemen. Dit zorgt voor een conservatieve maatschappij en conservatieve bedrijven.

Mensen stoppen meer creativiteit in het niet moeten veranderen en het houden van de dingen zoals ze nu zijn dan in het starten van nieuwe initiatieven. De financiële crisis is daar een teleurstellend voorbeeld van. Deze crisis was het eindverhaal van een aantal banken. In plaats van die banken failliet te laten gaan en ruimte te maken voor nieuwe initiatieven heeft men beslist om de oude banken weer op te krikken. Maar het zal net zo gaan als met de boom van Anne Frank: men had kunnen beslissen om de takken van die boom af te zagen en van de stam een mooi monument te maken. Maar omdat men weigerde te aanvaarden dat die boom dood ging, heeft men er een onnatuurlijke stelling rond gezet. Het gevolg is dat die boom uiteindelijk toch omgevallen is.

Er moet terug een ondernemersmentaliteit komen.

Overheidshulp om een bedrijf op te starten is op zich wel welkom, maar het echte probleem is de mentaliteit ten opzichte van starters. Als een zoon tegen zijn ouders zegt dat hij een eigen zaak wil beginnen dan is de eerste vraag "gaat dat wel lukken?". Maar als hij zegt dat hij account manager bij een bank wordt, dan zijn ze daar meestal direct trots op. Terwijl hun eerste vraag zou moeten zijn: "Ga je daarmee gelukkig worden?".

Ook pers en politiek kunnen hierin bijdragen. Neem nu AB Inbev: we hebben dan eindelijk eens een familiaal bedrijf van wereldformaat, en dan zie je dat het vergruisd wordt in de pers. Ja, het zijn niet de meest fijnbesnaarde mensen. En ja, ze hebben veel opgekocht. Maar ze doen tenminste iets en ze staan ergens.

Je spreekt op veel congressen, je schrijft een boek en je beantwoordt de videovragen van mensen op je website. Doe je dat bewust om iets terug te geven aan de maatschappij?

Ik heb altijd anderen geholpen, ik doe dat gewoon graag. Mensen die mij kennen weten dat als ze vragen hoe laat het is, dat ik dan begin uit te leggen hoe een horloge werkt. Maar het is juist dat ik me de laatste tijd meer in België ben gaan interesseren. Met mijn boek spreek ik voor het eerst ook een publiek aan buiten de reclamewereld: Studenten en ondernemers. Ik heb er wel plezier in dat ik zo ook de kleine bedrijfjes kan helpen. Als je ziet hoe hard organisaties als VOKA, UNIZO en VBO om ondernemers op te leiden en morele steun te geven, dan kan je toch niet anders dan ook te helpen. Zolang mensen het gevoel hebben dat ze aan mij iets hebben, zolang mijn agenda het toelaat en zolang ze mijn boeken blijven kopen kunnen ze op mij rekenen.

Waarom ben je zo begaan met de economie?

Ik ben begaan met de economie omdat de Belg er verkeerd mee omgaat. Ik vind dat ik de morele plicht heb om België wakker te schudden. Een oplossing voor de economische crisis moet je niet in de overheid of in multinationals zoeken, maar bij jezelf. Volgende week bezoek ik een Indisch bedrijf dat gestart is door een man die een idee had en daar een onderneming rond gebouwd heeft. Nu is hij de grootste speler in zijn sector. In Indië gaan ze heus niet zitten wachten tot DHL daar zijn hoofdkwartier komt vestigen, hoor. Alleen gezond ondernemerschap kan ons uit de crisis halen.

 

INTERNET

Met de komst van het internet wordt interactie met de consument veel belangrijker. Is het tijdperk van de reclame niet stilaan voorbij?

Als je reclame op de oude, media-centrische manier bekijk dan wordt het inderdaad heel moeilijk. Dan ga je het internet als medium bekijken en dat is fout. Het internet is geen medium en je kan er geen aandacht op kopen. Ik heb daar trouwens een presentatie over gemaakt.

Maar je kan reclame ook bekijken als een verhaal, zoals wij dat trouwens altijd al gedaan hebben. Een verhaal dat je kan vertellen, appreciëren en delen met elkaar. Dan kan je alleen maar vrolijk worden met de komst van het internet omdat zo veel meer mensen veel meer informatie veel sneller kunnen delen.

De prosumer-maatschappij is niet veraf meer.

De prosumer maatschappij is er al. Het internet maakt het nu mogelijk dat de consument mag meespelen. Dat is een fundamentele verandering. Het product wordt niet meer door het bedrijf alleen bepaald. De grote bedrijven beseffen dit wel, maar intern zijn ze er nog niet klaar voor. Je kan moeilijk verwachten van iemand van 60 jaar dat hij deze nieuwe manier van werken in de vingers heeft. Daarvoor is het nog even wachten tot de volgende wissel van de macht, wanneer de jongere generatie het overneemt.

We gooien met zijn allen ons leven te grabbel op internet. Zal dat ook zijn gevolgen hebben voor hoe bedrijven communiceren?

De vraag alleen al geeft aan dat je nog van de oude generatie bent. De jonge generatie zal ons met ongeloof aankijken als we vertellen dat we vroeger privacy hadden. "Hoezo, hadden jullie dan dingen te verbergen?".

Ook bedrijven zullen geconfronteerd worden met transparantie. De generatie die nu geboren wordt zal geen dingen meer geheim houden. Dat gaat onvermijdelijk een generatieconflict worden. Het wordt nog plezant om te zien wie er gaat winnen. In elk geval worden het boeiende jaren voor advocaten.

 

ETEN

Heb je een lievelingsrestaurant?

Ik ben nooit een restaurantmens geweest. Ik ben tevreden met een goede spaghetti van bij Pee Klak in Strombeek. Als ik met mijn vrouw uit eten ga eet ik wel graag goed. Dan mag het rustig zijn en neem ik de tijd om te genieten. Bijvoorbeeld in Hofstraat 24 in Antwerpen.

Maar zakelijk gaan eten is heel anders. Ik vind dat altijd zo erg voor die kok, maar na een zakenlunch weet ik begot niet meer wat ik gegeten heb. Ik ben dan echt aan het werken en niet met eten bezig.

Je zit al zo lang in de reclamewereld. Dan heb je toch wel de nodige exuberantie meegemaakt.

Ik heb zo wel een verhaal, ja. Een klant had André en mij uitgenodigd in een villa voor de Olympische Spelen in Atlanta. We zijn overigens niet veel op de Spelen zelf geweest, buiten die ene keer dat Gella Vandecaveye voor haar zilveren medaille moest vechten. Een zeer bevreemdende ervaring trouwens: je wordt daar binnengeloodsd naar je plaats, het gevecht begint, de seconden tellen af en ineens is het gedaan, binnen de minuut. Je kent daar dan niks van, maar blijkbaar is het zilver binnen en moet je applaudiseren. Ik vond dat echt stresserend om daar te zijn.

Maar terug naar die villa. Daar was Yves Mattagne, de topchef van de SAS Seagrill, een ganse week aanwezig om ons op onze wenken te bedienen. Op een keer was ik 's morgens zeer vroeg rond 4 uur opgestaan om een duik in het zwembad te nemen. Toen ik er tegen 5u weer uitkwam stond Yves Mattagne daar langs het zwembad met een toastje met zalm dat hij speciaal voor mij klaargemaakt had. Ongelooflijk lekker, maar toch wel behoorlijk decadent, ja.

Commentaren

Anoniem's picture

@kodel: voor 20kk 2011 zal je goed moeten ronselen om nog bekende koppen te vinden..

Hoewel, misschien moet je het juist WEL doen. Laat succesvolle ondernemers (of die tenminste vlaanderen een beetje overstijgen), live in een zaal zodat je kan zien wie er oprechte vragen en commentaren heeft.

Mijn lijstje: netlog (toon) + duvulguillaume (Guillaume) + playfish (sebastien) + sonicangel (bart) + techcrunch (robi) + drupal (dries) + pingping/keytrade (zurstrassen) + publitweet (xavier) + nog wat anderen

20kk conference !

Koen Delvaux's picture

Een conference? Goed idee!
Ik mis wel meer echte gesprekken tijdens een conferentie. Een panel blijft meestal te beperkt. Eens over nadenken.

Wat de comments betreft: Nu afsluiten zonder comments op het interview van Dries morgen toe te laten zou een beetje jammer zijn. Woensdag denk ik alles op te kuisen. Eventueel archiveer ik ze naar een aparte pagina en zet ik voor de rest email verificatie aan. Dit is zeer eenvoudig te omzeilen, maar waarschijnlijk voor de meeste anonieme commentatoren wel voldoende.

Tine Peeters's picture

Eerlijk gezegd verbaast 't me, of misschien net niet, dat er personen zijn die zich denken te moeten bezig houden met het afkraken van personen en hun verhaal. Iedereen die een gesprek voert, tracht daarin uiteraard zijn eigen ideeën, creaties, inspiratie en klemtoon te leggen. Je zou wel ongelofelijk gek en dom zijn om dat niet te doen.

Het typische aan een interview is bovendien dat 't eveneens een bepaalde focus heeft, nl. gekoppeld aan de interessesfeer van de vraagsteller, die dit initiatief met een duidelijk persoonlijke doelstelling heeft opgezet, maar ons toch een stukje inkijk gunt. Te gek voor woorden dat u op uw honger blijft zitten van iets dat u in de schoot wordt geworpen. Dit getuigt wel van een behoorlijk egocentrische en narcistische benadering, dat iedereen kennis en informatie deelt om aan uw individuele noden te voldoen.

Het staat iedereen vrij om een andere mening te hebben, om het oneens te zijn met de geïnterviewden en hun verhaal. Maar doe dit dan aub gestructureerd, zonder schelden en belachelijk makkelijke stoplappen. Argumentatie, vragen, suggesties, gefundeerde tegenkantingen en bedenkingen zouden pas verrijkend zijn, mogelijk ook voor uzelf.

Koen, dank voor dit knappe initiatief. Ik hoop dat er meer hebt kunnen uithalen dan initieel verwacht. Persoonlijk vond ik het verhelderend, gewoon fijn om lezen en kan ik dit soort van initiatieven alleen maar positief aanbevelen. Go for it en veel succes in je verdere ondernemen !